Veertig Engelse mijlen stonden er op het programma, met een extra gratis mijltje op het eind. Oftewel 67 lange kilometers. Moet je niet verkeerd lopen natuurlijk…
Vrijdag aangkomen in Wales waar we zaterdagmorgen vroeg uit de veren moesten voor mijn tweede ultra. The Brecon Beacons 40, winter edition. Prachtig winterweer, dus gewoon in korte broek. Wel met (dunne) handschoenen. Na een korte briefing betraden we om half 8 nog in het duister de Welshe heuvels in dit prachtige natuurgebied. Na een minuut of 15/20 werd het gelukkig al licht.
De toon werd meteen gezet, we begonnen al met een lichte stijging. Het doel vandaag was binnen de 8 1/2 uur te finishen, dan zou het 4 uur zijn, het tijdstip van zonsondergang. Ik had weinig behoefte om te finishen in het donker. Het grotere doel was hier te finishen. Dat zou 2 UTMB-punten opleveren. In de trailrun-wereld zijn de verschillende afstanden van de UTMB (Ultra Trail Mont Blanc) het ultieme doel om mee te doen&uit te lopen. De instapafstand van de UTMB is iets meer dan 100 kilometer met flink wat bergen. Voor deze kortste afstand heb je 2 kwalificatiepunten nodig, en die stonden dus vandaag op het spel.
Terug naar de race. Het begin was erg leuk, door het heuvellandschap, afdalen en langs een soort van Giethoorn en weer bergop. De eerste paar uren gingen ook prima, ik liep op m’n gemak, zo rond de 10e plaats (er hadden zich 260 man ingeschreven, en daarmee was het evenement volgeboekt).
Ik heb tegenwoordig een nieuw hardloophorloge met daarop navigatie en had de route op m’n horloge staan. Nog niet uitgeprobeerd, maar bij het begin van de wedstrijd de navigatie gestart. Dat bleek later nog belangrijk te worden.
Het parcours was zeer afwisselend en erg mooi, maar ook heel erg zwaar. Na een klim moesten we bijvoorbeeld een heel stuk door een drassig stuk veld waar je steeds in de grond wegzakte. Dat was een behoorlijk zwaar stuk.
Na zo’n 30 kilometer was het plotseling helemaal gebeurd. En toen was ik pas op de helft! De krachten waren er niet meer. Ook niet heel gek natuurlijk, veel kilometers als training had ik niet gemaakt, en ik zit midden in het cross-seizoen met de 5 kilometer-wedstrijden, en die trainingen gaan nou niet bepaald samen.
Conditioneel wilde het nog redelijk, maar de benen waren op. En dan is het nog heel ver. Op zo’n 35 kilometer liep ik helemaal alleen. Ik kon ver om me heen kijken, niemand te zien. Maaruh, ook al een tijd geen gele route-bordjes meer gezien. Shit, ik zat nu echt verkeerd. Ik was al eerder een klein stukje verkeerd gelopen, maar nu was ik de weg even helemaal kwijt. Maar wacht, de navigatie op mijn horloge! Eens kijken hoe dat werkt. Ik keek op het display, en zag mezelf als pijl midden in het scherm. Links van me liep de route en onderin het scherm stond 500 meter. Super! Ik hoefde dus maar een paar honderd meter naar links te lopen en zat weer op de route. En daar waren de gele bordjes weer, gelukkig! We kwamen bij checkpoint 5. In totaal waren er 7 checkpoints waar ze je startnummer noteerden, en dus het bewijs leverde dat je de route liep zoals gepland. Na checkpoint 5 kwam nog 1 keer een lange klim in 2 delen. Het was een lange trap naar boven. Snel ging het al lang niet meer en her en der werd ik door mensen ingehaald. Waar ik normaal in het 2e gedeelte zelf op jacht ga, werd ik nu voorbij gelopen door een aantal deelnemers.
De eerste 2 dames van het veld haalden me ook in. Wij Nederlanders zijn natuurlijk ook geen bergen (heuvels) gewend. Mentaal kreeg ik het erg moeilijk. Ik had de route niet tot in de details bestudeerd, dus toen een andere deelnemer me inhaalde en zag dat ik er redelijk doorheen zat, en tegen me zei dat dit de laatste grote beklimming was kreeg ik weer wat moraal. De top van deze beklimming kwam in zicht, en de afdaling ligt me altijd goed, dus ik kreeg weer wat moed. De 2e dame en de man met de opbeurende woorden liepen vlak voor me, en ik kon ze weer bijhalen. Maaruh, weer geen gele bordjes. Oei! Toch wat beter op de navigatie letten (of op de gele bordjes). We waren de route weer kwijt. De man keek op de (mee-geleverde) kaart en ik op de navigatie op mijn horloge. De route bleek links van ons te lopen. We besloten iets door te lopen, dan zouden we weer op de route komen. Door wat weilanden, tussen wat schapen en koeien door, en over wat hekjes kwamen we weer op de route. Veel hebben we niet omgelopen, en vlak voor checkpoint 6 zaten we weer op de route. Net op tijd! Daar heb ik mijn rugzak weer met water laten vullen. Nog zo’n kleine 20 kilometer te gaan. Nog geen halve marathon, dan moest toch lukken? Ik liet de andere 2 weer gaan, en liep (en wandelde op de zware stukken) in mijn eigen tempo door. Het gekke was dat ik door niemand meer werd ingehaald. De route was voor het grootste gedeelte onverhard, de laatste 15 kilometer zaten er nog wat stukken asfalt in het parcours. Maar echt vlak werd het nooit. Ik liep maar door, maar zat er helemaal doorheen. Waar blijft dat laatste checkpoint? Het was werkelijk verschrikkelijk zwaar, en ik dacht, zoals iedere hardloper wel eens heeft, dit doe ik nooit weer.
Het laatste checkpoint werd ook bereikt. Ik ging uit dat de race 65 kilometer was en dat ik nog maar 7,5 kilometer moest.
Helaas werd me verteld dat ik nog 6 mijl moest. Pffff, dat is 9,6 kilometer, nog 2 extra kilometers dus. Ik moest zelfs op de weg, wat normaal mijn sterke punt is, stukken wandelen. Klein excuus is dat het – zoals gezegd – nooit vlak was. Maar de krachten waren helemaal weg. Op een gegeven moment liepen we langs een watertje. Daar mistte een bordje, want we moesten door het beekje lopen en aan de andere kant verder. Hoe en wanneer dat bordje is weggehaald, geen idee, maar mijn navigatie en de kaart gaven aan de we het beekje moesten doorkruisen. Gelukkig dus niet te veel van de route afgeweken, want het beekje eenmaal overgestoken kwamen de gele bordjes weer. Voor me zag ik de man en de 2e dame weer lopen. Ik was niet de enige die het zwaar had. Maar bij mij was de pijp leeg, ik kon er vrijwel niet meer een looppas inhouden. Maar de finish was niet ver meer, en ik kon nog, zoals een doel van me was, voor zonsondergang finishen.
Met verschrikkelijk veel pijn en moeite kwam het bordje van de laatste kilometer, en de laatste 200 meter. Zelfs toen kon ik het niet opbrengen hard te gaan lopen voor de fotograaf. Dat deed ik 30 meter voor de finish met m’n laatste krachten, toch een foto waar ik nog een beetje in looppas over de finish kwam.
Als helden werden we ingehaald door de enthousiaste organisatie. Ons bed&breakfast was gelukkig op nog geen 2 minuten wandelen van de finish, en ik kon nog net 1 of 2 minuten onder de douche staan, en de meeste modder van me afvegen. Het lukte me echter niet om mijn voeten schoon te maken, ik moest gaan liggen. Even 2 uurtjes rust, en na wat eten&drinken kwam ik weer wat bij mijn positieven.
Ik kon het zelfs opbrengen om met de zeer vermoeide benen het dorpje (het Diphoorn van Wales, 2 straten, iets van 50 huisjes, maar wel 4 pubs!) in te gaan om nog even een paar biertjes te doen. Welverdiend!! De UTMB punten waren binnen. Maar zoals gezegd, dit doe ik nooit meer dacht ik tijdens en direct na de wedstrijd. Normaal gesproken is die gedachte de volgende dag wel verdwenen, maar nu, 3 dagen later, heb ik toch besloten om me niet in te schrijven voor de UTMB.
De punten blijven nog een jaar geldig, ik kan eventueel volgend jaar nog een poging doen om me in te schrijven en ingeloot te worden. Maar in 2014 nog even niet.
Het was prachtig, zoals trailrunners altijd zo mooi zeggen: “de pijn verdwijnt maar de herinnneringen blijven”, maar volgend jaar nog geen 100+ kilometer-wedstrijden voor mij.
Ik eindigde uiteindelijk als 21e, lang niet slecht, maar gewoon te weinig kilometers gemaakt om hoger te eindigen. De tijd van 8 uur, 10 minuten was eigenlijk best prima. De tweede ultra zit er op. Terug naar de 5 kilometers, eens kijken hoe mijn lichaam dit verwerkt.
Foto’s andere deelnemers:
Foto van “The Gap”, genomen in de zomer, dus niet tijdens de race:






