Ik had een briljante nieuwe tactiek. We zouden beginnen met een pittige klim, en daarna zou het een stuk vlak zijn. In de Swissalpine had ik gemerkt dat ik van de inmense klim-inspanning kon herstellen. Dus het magnifique plan luidde vandaag: de eerste paar kilometers voluit die berg op stormen, proberen een beetje de aansluiting bij de sub-top te houden, en daarna bijkomen op mijn sterke punt: de afdaling (of vlak parcours). Zo gezegd zo gedaan. Al na 500 meter was ik redelijk naar de kloten, maar tactiek is tactiek. Na een (kleine?) 2 kilometer was de pijp helemaal leeg. Maar we waren bijna op de top. Daar aangekomen moest ik even een paar seconden rust pakken.
We gingen het wat vlakkere parcours op. En nu kwamen we op het pad wat we 2/3 van de wedstrijd moesten volgen, een single track bergpad. Maar overal voorzien van keien en stenen. En het ging op, af, op, af, op, af, op, af…. Affijn, u kunt het rijtje zelf verder invullen. Vals plat noemen we dat gewoon! Nu eens kijken of de tactiek zou werken. Even bijkomen op het “vlakke” gedeelte. Oei! De paar seconden rust hielpen niet. Heel rustig looppasje dan maar. Direct weer heel erg vermoeid. Komt dat wel goed? Een paar kilometer later (en ingehaald op het vlakke door vele mensen, een voor mij niet-normaal gebeuren), kreeg ik opeens weer een beetje de geest. Ik kon een paar kilometer aanpappen in een groepje. Maar toen sloeg de vermoeidheid toe. Echt, algehele vermoeidheid. In de klim deed alles (vooral de bovenarmen/schouders???) zeer. Nu begonnen vooral de benen te protesteren. Leeg waren ze. Ik hield het tot 12 kilometer vol. Daarna was de pijp echt leeg. Ik kon zelfs niet meer wandelen op het vlakke. Dan ben je redelijk naar de kloten kan ik u vertellen. Even in het gras gelegen. Een werkelijk schitterend uitzicht, met vele lopers honderden meters links en rechts van me, en de inmense bergen, de berggeiten, werkelijk prachtig punt was het. Nou, daar zou ik toch van bij moeten komen. Met veel moeite bereikte ik het 12 kilometer punt. Het werd er niet beter op. Een Zwitser lag daar ook even te rusten (niet dat dat normaal was, we waren de enige 2). Dankbaar nam ik plaats naast hem. Hij brabbelde wat in het Frans tegen me. Sorry, Sju nuh parleee pah fransè. Gelukkig sprak hij Engels. Kertjan (mijn naam stond op het startnummer), I don’t have any legs anymore. Hear, hear!! Maar hij stond weer op en liep rustig door. Ik er maar achter aan. Het was toch nog maar een lausy 6 kilometer, daar zet ik normaal gesproken de eindsprint al in. De Zwitser liep af en toe een meter of 30 voor me, maar iedere keer kon ik toch weer bij hem komen. Net als ik pakte hij z’n rust tussen door. Ondertussen werden we door aardig wat mensen ingehaald… op dit single-track bergpad waar je niet naar links moest vallen. Ik werd overvallen door totale vermoeidheid, ook de coordinatie was helemaal weg, 2 keer niet al te hard gevallen. Niet leuk op zo’n steen-pad, maar ik kwam er goed van af. Buiten die 2x een stuk of 5 keer bijna gevallen, maar kon me nog staande houden. Noem het vermoeidheid, noem het totaal kapot zijn, noem het de erg domme tactiek van Gertjan (ik prefereer een van de 1e twee opties, maar u mag realistischer zijn).
Ik kan nog wat andere factoren aanbrengen: De 3e wedstrijd in 8 dagen (maar waarvan de middelste op trainigstempo, waarvan ik wonderbaarlijk goed herstelde), de temperatuur die opnieuw de 30 graden haalde en deze keer liepen we ook vol in de zon. En we liepen vandaag weer op hooge hoogte. En mijn hotel was voor 1 dagje in Sion (op “slechts” 600 meter). Zou dat uitmaken? En dat kleine feitje dat ik totaal niet kan klimmen.
Goed, kilometer 14, nog 4 te gaan. Ik keek voor me uit, of beter gezegd: boven me uit. De laatste klim naar de top van de berg. Ik was echt op. Gelukkig liep mijn Zwitserse vriend nog steeds in de buurt, en hij pepte me aarig op (en ik hem, zoals hij na de wedstrijd vertelde. Ik hou het op bescheidenheid zijner kant). Ik probeerde zijn spoor te volgen, dat wil zeggen, langzaam naar boven klimmen. En we haalden het! Daarna het prachtige uitzicht op de Dixence dam, de grootste dam van Europa (285 meter hoog). Alleen nog de laatste afdaling, en de finish op de dam. Daar stond veel publiek ons op te wachten. Normaal nog wel even motiverend om het tempo erin te houden, maar zelfs op die laatste paar honderd meter op die dam, kwam ik niet verder dan een snelheid van naar schattig 6 minuten de kilometer. Even ter vergelijking: mijn langzame lange duurlopen (25 tot 30+ kilometer) doe ik in 5 minuten de kilometer, en daar ga ik nauwelijks van zweten.
De finish werd gehaald. Een 195e plaats van de 325 gefinishde mannen. Officieel mijn slechtste resultaat ooit, en voor het eerst in de onderste helft. Gek genoeg nog wel 2e van de 7 Nederlanders, maar ja, klimmers zijn we niet 🙂
De race was ongetwijfeld prachtig (krijg je weinig van mee als je kapot zit), de verzorginsposten waren goed, de organisatie was prima, geen klachten. Maar ik had de lol er niet in, vandaag. U zult het begrijpen. En dat is normaal gesproken het enige waar ik lol uit haal, de wedstrijden! Op dit moment twijfel ik dan ook zeer of ik de laatste wedstrijd in Davos (volgende week zaterdag) moet gaan lopen. Die is 48 (!) kilometer, met een paar gigantische bergen te beklimmen. Ik heb er weinig zin in, en dat is een eufemisme.
Ik ga sowieso die kant op, Davos was al geboekt, en ik kan er in ieder geval wat mooie trainingen lopen (hoogtestage). Misschien bedenk ik me nog wat betreft die wedstrijd, maar heb er een hard hoofd in…
Een impressie:
Fimpje vorig jaar:





