Ik had vandaag één van de piekmomenten van dit jaar, de singelloop in Utrecht, 10 kilometer lang, en tevens het Nederlands Kampioenschap. Een open kampioenschap, er deden ook Kenianen en andere nationaliteiten mee.
De organisatie liet hier en daar wat te wensen over, en door gebrekkige/foutieve informatie arriveerde ik pas een minuut of 12 voor aanvang in m’n startvak. Ik stond wel in het vak voor wedstrijdlopers, helemaal vooraan, maar een beetje van achteren in dit startvak. De duizenden recreanten startten dus gelukkig sowieso achter me. Maar ik had ook liever in het wedstrijdvak iets meer van voren gezeten, ook bij de wedstrijdlopers zitten wat langzame klanten.
Vooraf had ik wat schrik voor de weersomstandigheden. De temperatuur was in de verwachtingen gelukkig wat teruggelopen van 19/20 naar zo’n 15/16 graden tijdens de wedstrijd, dat scheelt toch een stuk. Maar vooral de windkracht boezemde me “angst” in. Precies op zondagmiddag zou het windkracht 5 worden in Utrecht. Pas m’n 2e 10 kilometer dit jaar en weer windkracht 5. Daar baalde ik van tevoren wel van. Nu bleek dat aspect in de wedstrijd gelukkig mee te vallen. De wind was niet heel erg krachtig, en er waren zo veel goede atleten dat je vaak in een groepje liep.
Ik had een persoonlijk record staan van 38:50. Het doel was heel erg ambitieus, een 37-er (dat wil dus zeggen: 37:59). Dat zou dus betekenen bijna een minuut er van af. Dat is heel erg veel op een 10 km, maar de tijden die ik de laatste tijd in wedstrijden liep en de hartslagwaarden tijdens trainingen gaven aan dat het niet helemaal onmogelijk zou zijn. En net onder een minuut (in dit geval dus 38:00) lopen is altijd iets magisch. Weg dus op 37:59.
Het duurde 14 seconden (informatie achteraf) voordat ik over de startlijn kwam. Er zaten dus nogal wat atleten voor me. Ik probeerde er zo snel mogelijk wat in te halen, maar dit ging niet van een leien dakkie. Er werd echt met ellebogen gewerkt, en een paar lopers deden er alles aan dat je ze niet kon passeren. Waarom in godsnaam!? Nou ja, gelukkig duurde dat maar een paar honderd meter. Na zo’n 300 meter kon ik al redelijk vrijuit lopen, en vanaf daar had ik geen last meer van de drukte.
Door dat gestress en het snel weg willen komen had ik een veel te snelle eerste kilometer. Echt heel hard. Het gekke was dat ik me er niet slecht bij voelde. Ik moest wel ietsje langzamer lopen, maar ook de volgende 2/3 kilometer gingen erg snel, sneller dan het schema dat zou leiden tot de gewenste 37:59.
Ik kan me niet herinneren dat ik ooit tijdens een wedstrijd lekker in een groepje heb gelopen (op de Rotterdam marathon na), maar vandaag dus wel. Nu was de groep nooit dezelfde, 10 kilometer lang, de samenstelling wisselde en kleine stukjes liep ik eventjes alleen (van groepje naar groepje), maar dat is helemaal mijn ding. Vastklampen aan snelle atleten en blijven lopen, lopen, lopen. Verstand op nul (nee, nee, dat is inderdaad niet moeilijk bij mij), en doorstampen. Na 5 kilometer leek het allemaal erg goed te gaan, ik had volgens mij een aardige voorsprong op het schema opgelopen.
Tot dan had ik alleen op de kilometertijden gelet. Ik moest gemiddeld 3:48 lopen, en daar zat ik steeds onder. Boven verwachting goed dus. Tot kilometer 6, en daar ging het goed fout in mijn hoofd! Althans het hoofdrekenen. Het is bekend dat alle zintuigen door de vermoeidheid minder worden. Bij mij ging het fout bij het rekenen. Zoals gezegd had ik tot dan alleen naar de kilometertijden gekeken. Mijn kilometers liepen niet helemaal synchroon met de kilometers die langs het parcours stonden, maar dat scheelde niet zo veel. Bij kilometerpaaltje 6 wilde ik even gaan rekenen hoeveel voorsprong ik had. En toen zat ik zo met het getal 37 (minuten) in mijn hoofd, dat ik ben gaan rekenen naar een 37:00. Terwijl 37:59 het doel was. Dom, ik weet het, maar probeer maar eens helder te denken als je naar de mallemoer bent. Bij de volgende kilometerpaaltjes trouwens precies dezelfde denkfout. En dus dacht ik vanaf kilometer 6 dat er iets mis was gegaan met mijn berekeningen of met het horloge de eerste 6 kilometer, want opeens had ik een achterstand van zo’n 30 seconden op mijn schema. ik raakte wel even geirriteerd. Hoe kon dat nou? Ik snapte er niets van. De laatste 4 kilometer dacht ik dus dat ik alleen nog liep voor een persoonlijk record. Ook leuk, maar ver af van het gewenste doel. Dat zat er dus toch lang niet in, dacht ik toen. Gelukkig ben ik wel door blijven buffelen.
De laatste kilometer ging in. En die duurt altijd zo verrekte lang. De laatste 500 meter dan. In de verte zag ik de finishboog. Ik kon het tempo er redelijk in houden, maar vlak voor de finish werd ik gewoon even ingehaald door 3 dames, die gingen nog voor een mooie positie in het dames-klassement. Ik kon ze niet bijhouden, een eindsprint heb ik niet, maar doorlopen. Nog 50 meter. Ik keek omhoog naar de finish-boog. Hè?? Wat was dat?!? De klok gaf een 37-er aan. Dus toch?? Ik keek op mijn horloge. Inderdaad een 37-er! Die laatste 50 meter, ondanks de vermoeidheid, met een glimlach op het gezicht gelopen. Vantevoren dacht ik, en alle schema’s gaven het aan, als ik een 37-er kon lopen, dan ternauwernood. Nou, niks hoor. Hop, 1:15 van mijn pr af, Eindtijd 37:34, nooit gedacht!!
Daar kun je wel even blij mee zijn, en voorlopig op teren. Die pakken ze me niet meer af. Heerlijk!
Pieken op het juiste moment, heet dat. Altijd leuk als dat lukt.
Goed, we gaan de bakens verzetten. Een flinke ultra in december in Wales vergt de nodige voorbereiding. Hopelijk nog genoed tijd, maar dat moet lukken. Zou kunnen dat ik, in deze goede vorm, de halve marathon in Amsterdam meepak, daar kan nog een heel stuk van het pr af. Maar dat zien we later wel.
Nu nog even lachen om die domme rekenfout, en nog meer om die heerlijke eindtijd. 16e in mijn eigen ouwe-lullen-categorie van Nederland, dat klinkt nog niet zo slecht 🙂
Doorkomst na 5km
Doorkomst na 8km
De laatste meters
En…. finish!
